Asbestverwijdering

De sloop- en verwijderingswerken van asbesthoudende materialen dienen te voldoen aan de richtlijnen vastgelegd in het Koninklijk Besluit dd. 16 maart 2006 (BS 23.03.2006) en de CODEX / ARAB betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest. De betrokken medewerkers dienen een adequate opleiding te hebben genoten (KB 16 maart 2006).

Alle asbestbevattende materialen dienen door een FOD WASO erkend asbestverwijderaar te worden verwijderd, tenzij ze enerzijds door een eenvoudige handeling (zie KB 16 maart 2006) kunnen worden verwijderd en het anderzijds eerder gebonden asbest betreft waarbij de asbestvezelconcentratie van 0,010v/cm3 niet wordt overschreden.

Eenvoudige handelingen zijn methodes van verwijdering van asbest of asbesthoudend materiaal, waarbij het risico op vrijkomen van asbest in alle gevallen zo beperkt is dat de concentratie van 0,01 vezel per cm³ niet wordt overschreden. De werknemers die deze werkzaamheden uitvoeren hebben minstens een specifieke opleiding van 8 uur gehad.

De techniek van eenvoudige handelingen wordt uitsluitend toegepast in volgende gevallen (bron www.vab-abd.be):

  • Hechtgebonden asbest die niet beschadigd is of waarbij er geen vezels zichtbaar zijn en waarbij verwijdering geen aanleiding geeft tot een wijziging van de toestand;
  • Hechtgebonden asbest die beschadigd is of waarbij er vrije vezels zichtbaar zijn en die verwerkt is in een buitentoepassing waarbij geen derden aanwezig zijn, voor zover de verwijdering geen aanleiding geeft tot een wijziging van de toestand;
  • Asbesthoudende dichtingen of pakkingen;
  • Asbesthoudende koorden en geweven materialen;
  • Asbesthoudende remvoeringen en analoge materialen;
  • Losgebonden asbesthoudend plaatmateriaal, asbestkarton, voor zover het asbest gefixeerd is en het eenvoudig gedemonteerd, weggenomen en verpakt kan worden zonder de asbesthoudende materialen te breken of te beschadigen.

De lijst met erkende asbestverwijderaars vindt u op de website van het FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, http://www.meta.fgov.be . Let steeds op de vervaldatum van de erkenning. Er dient steeds een werkplan te worden opgemaakt en minimum 15 kalenderdagen voor de aanvang van de asbestverwijderingswerken een melding aan de met het toezicht belaste ambtenaar van het ambtsgebied waar de werken worden uitgevoerd; voor deze locatie:

Afdeling Antwerpen:

Theater Building
Italiëlei 124 – bus 77
B-2000 Antwerpen<
Tel: 03 232 79 05

Afdeling Oost-Vlaanderen:

Administratief Centrum “Ter Plaeten”
Sint- Lievenslaan 33 B
B-9000 Gent
Tel: 09 268 63 30

Afdeling Brussel:

Ernest Blerotstraat 1
B-1070 Brussel
Tel: 02 233 45 46
Fax: 02 233 45 23

Afdeling Vlaams Brabant:

Philipsite 3A bus 8
B-3001 Leuven
Tel: 016 31 88 30
Fax: 016 31 88 44

Afdeling Limburg:

TT 14 – Sint-Jozefstraat 10.10
B-3500 Hasselt
Tel: 011 35 08 60
Fax: 011 35 08 78

Afdeling West-Vlaanderen:

Breidelstraat 3
B-8000 Brugg
Tel: 050 44 20 20
Fax: 050 44 20 29

Asbestafval van categorie 1 (niet- of zwakgebonden asbest) dient, al of niet na verwerking (conditionering) bij het verwerkingsbedrijf Rematt (Mol), te worden gestort op een stortplaats Klasse I.

Asbestcement (in gebonden toestand, niet verweerd) en andere bouwmaterialen met hechtgebonden asbestvezels moeten naar een stortplaats voor inert afval (cat. III stortplaats), naar een vergunde containerdienst of naar het lokale containerpark worden afgevoerd. Sterk verweerd asbestcement moet naar een categorie I stort afgevoerd.

Vanaf 16 juli 2005 worden bouwmaterialen met hechtgebonden asbestvezels als gevaarlijk afval beschouwd. Gevaarlijke asbesthoudende afvalstoffen moeten afgevoerd worden door een hiervoor bij de OVAM erkende overbrenger.

Een lijst van dergelijke stortplaatsen (en van diverse andere voor de verwerking van afvalstoffen vergunde inrichtingen) vindt u op de internetsite www.ovam.be of kan u telefonisch aanvragen bij OVAM (tel. 015 284 311) of dienst anorganische afvalstoffen (015 284 325).

Het asbestcement moet ingezameld en afvoer strikt gescheiden worden van het andere puinafval. Puinafval wordt tegenwoordig vaak via een puinbreker installatie gerecycleerd. Het asbestcement mag niet in dergelijke installatie terechtkomen om te vermijden dat de gevaarlijke asbestvezels zich tijdens het breekproces in het milieu verspreiden.

U vraagt best steeds een document (leveringsbon, factuur..) van de ontmanteling of afbraak en afvoer van het asbestcement. Deze documenten vermelden o.m. de hoeveelheid afgevoerd materiaal, aard van het materiaal (“asbestcement”), de datum van afvoer, eventueel de bestemming en natuurlijk uw naam en plaats van afvoer en naam en adres van de verwijderaar/ophaler. U houdt deze documenten bij, ze kunnen bij eventuele latere betwistingen als bewijs van legale afvoer dienen.